• Tekst: Heinz Buchold
  • Muziek: Heinz Buchold

1. Ik steek mijn pintje naar omlaag,
Vive la companeia!
En druk het teder aan mijn maag,
Vive la companeia!

Vivela, vivela, vivelala Vivela, vivela, hopsasa, Vive la companeia!
Volgende strofen op eenzelfde manier:

2. Mijn pintje voor het sterven moet,
Geef ik een kus tot afscheidsgroet.

3. Ik hef mijn pint tot aan de mond,
En drink ze leeg tot op de grond.

Glazen worden na het refrein ad fundum gedronken

4. Het pintje heeft zijn dienst gedaan,
En 't onderste moet boven staan.

5. Ei schachtje kom nog eens langs hier
En vul mijn pint met schuimend bier!

De praeses drinkt even en terwijl hij zijn pint in wijzerzin doorgeeft in de corona, zingt hij:

6. Nu gaat mijn pint van keel tot keel;
Dat ieder drink maar niet te veel!

En de corona vervolgt:

7. Nu gaat de pint van keel tot keel:
Dat ieder drink maar niet te veel!

Men blijft deze strofe verder zingen tot de pint terug bij de praeses is. De laatste commilito vòòr de praeses drinkt wat overblijft ad fundum.