Op 18 maart 1955, in het kader van de aktie tegen de Collardwet, trokken Rik Vandekerckhove en elf dappere commilitones het Leuvens stadhuis, tevens pandoerenkot, langs de hoofdingang binnen. Klokken, trompetten, strooibriefjes en veel lawaai kondigden de inname van het stadhuis aan. De pandoeren konden slechts na een half uur terug in hun eigen kot, dat even later opnieuw belegerd werd. Ondanks de afgekondigde staat van beleg en het optreden van een leger gendarmen bleef leuven een week in handen van de studenten.

Tekst: Clem de Ridder

1. In de lente vijfenvijftig
zong de Bib zoals voorheen
om het uur zijn zelfde liedje:
reuzegom is op de been.
Maar hij had zich getrompeerd:
niet de Reus, maar uilenspiegel
was te leuven weergekeerd.

2. Zeekre dag nam Uilenspiegel
’t rode stadhuis in’t vizier.
Wacht ne keer, zei Uilenspiegel,
Leuven krijgt vandaag plezier.
Uit de hoogstudentenschaar
Had hij gauw zijn staf gekozen
Voor de oorlog met Collard.

3. Ellef tot-de-dood-getrouwen
stormen op het middaguur
Leuvens rode stadhuis binnen
voor de Uilenspiegel-kuur
Op een ik en op een gij
zijn ze van het stadhuis meester,
planten triomfant hun mei.

4. Tussen twee enorme doeken:
"Weg met Collard" – "Tijl zegt nee",
hangt de leeuwenvlag te prijken
van het stout K.V.H.V.
In de kerk van Sinte-Pier
gaan de klokken aan het luiden...
Leuven davert van plezier.

5. De pandoeren schieten wakker,
rapen al hun durf te zaam,
klauteren knarsetandend boven
Janverdorie, wat een blaam!
Met behulp van de matrak,
moedig als de martelaren,
vliegen d’ellef in de bak.

6. Zo was Tijl ter stede leuven
op een vrijdag in de lent’,
toen de wrede schoolstrijd woedde,
met zijn spotternij present.
En de roem van het Verbond,
van zijn praeses en kornuiten,
liep als vuur heel het vlaandren rond