• Tekst: Berten Rodenbach
  • Muziek: Renaat Veremans

1. De vedel aan de zijde,
Het lied in ziel en mond
Zo zwierf de zanger rond,
Al in den ouden tijde.
En riep hem stem- en schalenklang
Te midden leutig feestgedrang
Daar deed hij ’t snaartuig ronken
Vol toovrend harmonie,
|: En zong de zielen dronken
Vol klank en poëzie :|

2. Nog zwerft alhier de zanger
En doolt stilzwijgend rond,
Doch, houdt hij zijnen mond,
Zijn ziele is liedrenzwanger.
Zweeg vreemd gezang en dorperlied,
Verstiet men zijne tale niet,
Nog zou de zwerver komen
En rijzen in de zaal,
|: Vol beelden en vol dromen
En klang en bonte taal.] :|

3. Weer zong hij u de sagen
Van uit den ouden tijd,
Der helden grootsen strijd
En grootser nederlagen:
De lichte sprook met vroeden zin,
Het lied der abele dichtermin,
Het lied ons ingeschapen
Dat niemand zingen dorst:
|: Het lied der Dietse knapen
dat smacht in veler borst. :|