• Tekst: Berten Rodenbach, Alfons Van Hee
  • Muziek: Armand Preud'homme

1. Eertijds toen de vrije Vlamen,
Op den dag der kerelsmaal,
Welgezind te gare kwamen
In de wijde gilde zal,
Wierd de schale volgeschonken
En de min in ’t rond gedronken
Bij der liedren vrijen klank.

Keerzang:
Ei! De schalen volgeschonken,
En den Vlaamschen minnedrank
Broederlijk in ’t rond gedronken,
Bij der lied’ren vrijen klank!

2. Sa, het bier schuime in de schale,
’t Zuiver, krachtig, Vlaamse bier;
’t Is hier gilde, ’t is hier male,
En der zitten kerels hier!
Bond en gilde, en minne krachtig,
Band, gesloten hand in hand,
En gedronken minne eendrachtig
Tot het sterken van den band.

3. Drinken we al ons minne samen:
Minne van ons Vlaanderland
Van ons vaders, de oude Vlamen,
En van onzen gildeband,
Van den Klauwaart, van den Blauwvoet,
Van ’t voorspelde zeegedruis,
Van hetgeen des Klauwaarts klauw hoedt,
’t Lieve dierbaar Christi kruis